Samenvatting afstudeerscriptie

Verbonden in Gemis: Erkenning van het Oertrauma bij Adoptie

Adoptie impliceert dat een kind eerst is afgestaan: de natuurlijke, biologische, emotionele band tussen moeder en kind is – vaak kort na de geboorte – verbroken. Terwijl elke geadopteerde deze diep ingrijpende, traumatische ervaring met zich meedraagt, wordt de impact van dit oertrauma binnen het adoptieveld nog nauwelijks onderkend. Het oertrauma gaat over het verlies zonder meer: in de allereerste plaats het onomkeerbare verlies van de broodnodige eenheid met de moeder in de eerste maanden. Daarbij komt het verlies van beide biologische ouders als de belangrijkste personen voor het kind, het verlies van de fysieke plek bij de eigen geboortefamilie en – bij interlandelijke adoptie – het verlies van land, taal en cultuur. Kortom: het oertrauma betreft de volledige ontworteling van het jonge, afhankelijke kind.

Dit op zichzelf aangewezen kind heeft slechts één ding te doen: overleven. Met bewondering moet worden vastgesteld hoe goed geadopteerden daarin slagen. Met behulp van de krachtige overlevingsmechanismen ontkenning, strijd en behagen lukt het de meeste geadopteerden om hun eigen plek te verwerven in de nieuwe omgeving. Tegelijkertijd worden hiermee – onbewust – onderliggend verdriet, angsten en boosheid onderdrukt, soms met psychische of somatische klachten als gevolg.

Vanuit de holistische psychodynamische en systemische visie, alsmede vanuit mijn kwalitatieve onderzoek onder volwassen geadopteerden, is in mijn scriptie ondersteuning gevonden voor het gegeven dat – al dan niet problematische – adoptiekenmerken in hoofdzaak lijken te wortelen in het – onbewust ervaren – oertrauma. Ook laat mijn scriptie zien dat bedoelde adoptie­kenmerken niet per se negatief hoeven uit te pakken voor de personen zelf of hun omgeving. Geadopteerden als groep kunnen voorzichtig worden gekwalificeerd als zelfstandige, krachtige mensen met relatief veel uniciteit, eigenwaarde, empathie, intuïtie, verantwoordelijkheidsgevoel, loyaliteit en aanpassingsvermogen. Tegelijkertijd is het zaak om alert te zijn op kenmerken die (op termijn) ondermijnend kunnen uitwerken, zoals angst voor afwijzing en kritiek, controledwang, mentale ontkenning en zelfverloochening.

Mijn scriptie presenteert vanuit de systemische visie een nieuw verbindingsmodel, met de geadopteerde als schakel tussen zijn geboortefamilie en zijn adoptiefamilie: de adoptievlinder. In dit model wordt het complete – dubbele – familiesysteem gerepresenteerd en ervaart de geadopteerde zijn unieke, verbindende positie in het geheel. Het adoptieveld wordt uitgenodigd de adoptievlinder als nieuw model te adopteren.

Adoptievlinder

Erkenning van het oertrauma en verwerking van de emoties die daaruit voortkomen is een kans voor het loslaten van beperkende strategieën, en daarmee het helen van eventuele (psycho-)somatische klachten. Psychodynamische therapie kan daarin een belangrijke rol vervullen. Systemisch werk, innerlijk kind werk, regressietherapie en rouwverwerking werken immers direct met het onderbewuste waarin het oertrauma is opgeslagen. Vanwege de mogelijk­heden tot heling van het oertrauma dat elke geadopteerde met zich meedraagt, verdient psycho­dynamische therapie dan ook een volwaardige plek in adoptieland.

Geef een reactie